Terug naar de site
Swingmuziek
door Jazzmer
Swing als muziekstijl Klezmer
Swingmuziek door Jazzmer

Eigen interpretaties van swingende big band jazz is ook een onderdeel van het Jazzmerrepertoire. Voor een deel gaat het om moderne jazzstukken, voor een deel zijn dit stukken uit de Swing-era en uit de Jump and Jive periode. Op de aard en betekenis van de Swing-era gaan we in de paragraaf over Swing als muziekstijl in.

De door Jazzmer gespeelde stukken zijn aan de Jazzmer-formule aangepast. Arrangeur René Stegman zorgde voor een paar pittige moderne stukken, zoals een bewerking van Cruisin for a bluesin', een stuk dat bekend werd door de band van Maynard Ferguson. Ook bewerkte René Stegman het pittige Quiet Riot van Bill Hollman, een stuk uit het repertoire van de band van drummer Louie Bellson.

Uit de Swing-era en de daarop volgende Jump and Jive periode stammen stukken als Mr. Anthony's Boogie. `Mr. Anthony' was Ray Anthony, een trompettist en orkestleider die in de jaren '40 bekend werd. Ik putte voor nog meer stukken uit de Swing-era uit het repertoire van onder meer Benny Goodman, Jimmie Lunceford, Duke Ellington, Paul Whiteman en Fats Waller. Deze bewerkingen en het specifieke orkestgeluid geven een nieuwe kijk op stukken als The Mooche, Sing Sing Sing, Tickle Toe en Rhythm Is Our Business.

The Mooche (ook geschreven als "The Mooch") is een van de eerste stukken waarin (reeds in de jaren '20) het specifieke 'Ellington-geluid' naar voren komt. Ellington is altijd bekend gebleven om zijn bijzondere orkestklanken, zijn geheel eigen stijl die een stempel op de gehele jazz heeft gezet. 'The Mooche' is representatief voor Ellington's benadering van een groot orkest: afwisseling van klankkleur, verschillende instrumentencombinaties, kleine solo's als onderdeel van de compositie, vrije vorm.

Sing, Sing, Sing is gecomponeerd door trompettist-zanger Louis Prima (1911-1978). Het werd eind jaren ' 30 bekend door de uitvoering door het orkest van Benny Goodman, waar het stuk werd gespeeld over een permanente 'jungle beat' door drummer Gene Krupa. De puristen onder de jazz-liefhebbers vonden dit indertijd maar geram en gebonk. Wij menen echter dat we hier te maken hebben met een vroege voorloper van een soort jump and jive aanpak, en in feite met een verre voorloper van moderne strong beats. Het stuk bestaat uit een melodie van 32 maten, in AABA vorm, gevolgd door afwisselend korte drumsolo's en orkestriffs. Mijn arrangement voor Jazzmer volgt grotendeels de lijn van de uitvoering die door het Benny Goodman-orkest in het beroemde Carnegie-hall concert van 1938 werd gegeven.

Tickle Toe is een compositie van saxofonist Lester Young (1909-1959), uit de jaren dertig, de tijd dat Young, bijgenaamd "The Prez", van het Count Basie orkest deel uitmaakte. Det stuk is kenmerkend voor die tijd, het thema is niet veel meer dan een tweetal aaneengeschakelde mineur-licks, gevolgd door zestien maten soloruimte over de rest van het accoordenschema. Het orkestarrangement bestaat verder uit een aantal riffs over het onderliggende accoordenschema. Al met al een heel swingend opgebouwd nummer, maximaal resultaat met relatief eenvoudige middelen. Het Jazzmer-arrangement volgt deze lijn, maar is wel omgewerkt naar de Jazzmer-formule. Zo is het ontbreken van een piano ondervangen door uitgeschreven orkestpartijen en is er een kleine 'tenorbattle' ingevoerd. Ook heb ik in de trant van het oorspronkelijk arrangement wat nieuwe passages toegevoegd.

Rhythm is Our Business komt uit het repertoire van Jimmie Lunceford (1902-1947). Lunceford leidde een van de meest swingende bands uit het 'bigband-era'. Het orkest won in bigband-battles soms van Ellington en Basie. Het was niet alleen een swingend orkest, er zat ook humor in de muziek. In dat opzicht kun je het enigszins met de Nederlandse Ramblers vergelijken. Bij Lunceford gaat het echter wel om Amerikaanse swing, die in het algemeen wat minder stijf en houterig is dan de Nederlandse. Hoewel het vaak huisarrangeur Sy Oliver was die zijn stempel op Lunceford's orkest-sound drukte, werd 'Rhythm' niet door Oliver, maar door pianist Eddie Wilcox gearrangeerd. Het nummer werd onder meer gebruikt om enkele bandleden in het zonnetje te zetten. Op basis van de Lunceford- opname maakte ik een Jazzmerversie van Rhythm is Our Business, waarin ook een driestemmig mannenkoor is verwerkt. Voor muzikanten zal opvallen dat over vrijwel hetzelfde accoordenschema als Rhythm Is Our Business in de jaren '50 door Sonny Rollins het stuk Doxy werd geschreven. Daarmee trad Rollins in de door Charlie Parker en Dizzy Gillespie ingezette aanpak om eigen composities te schrijven over de acoordenschema's van reeds bestaande stukken.

Ook in het boek van Jazzmer zit het aloude 'Black and Blue' van pianist Fats Waller (1904-1943) en tekstschrijver Andy Razaf (What did I do, to be so black and blue?). Dit nummer heb ik voor Jazzmer omgevormd tot een driving 12/8 blues shuffle waarin de orkestklank in zijn volle breedte wordt benut. Het stuk was oorspronkelijk al in de jaren '30 bekend geworden door onder meer Louis Armstrong en sopraansaxofonist Sydney Bechet. In de jaren '80 was het als koorbewerking te beluisteren in de musical Cotton Club. Thans dus, in een nieuw jasje, bij Jazzmer.